De Verordening (EG) nr. 1223/2009 betreffende cosmetische producten van 30 november 2009 geharmoniseerde wetgeving inzake cosmetische producten in de Europese Gemeenschap, vereenvoudigt de procedures en stelt bepaalde elementen, zoals toezicht op de markt met het oog op een hoog niveau van bescherming van de menselijke gezondheid te waarborgen ( Overweging 3 van Verordening (EG) nr. 1223/2009 ). Het is sinds 11 juli 2013 rechtstreeks toepasselijk in alle lidstaten van de Europese Unie en vervangt Richtlijn 76/768 / EEG inzake cosmetische producten .

De verordening beschrijft de essentiële eisen en verplichtingen voor cosmetische producten. Dit zijn “stoffen of mengsels die bedoeld zijn om uitwendig in contact te komen met de delen van het menselijk lichaam (huid, haar, nagels, lippen en buitenste intieme delen) of met de tanden en slijmvliezen van de mondholte, met de exclusief of allesbepalend doel van schoonmaken, parfumeren, wijzigen, beschermen, in goede staat houden of de lichaamsgeur beïnvloeden “(artikel 2, lid 1, onder a), van de verordening). De verordening wordt aangevuld door Verordening (EG) nr. 655/2013 tot vaststelling van gemeenschappelijke criteria ter ondersteuning van reclameclaims met betrekking tot cosmetische producten .

De verantwoordelijkheid voor de veiligheid en de beperkingen van de te gebruiken materialen

Het algemene beginsel van verantwoordelijkheid van de fabrikant of importeur voor de veiligheid van het cosmetische product wordt aangevuld met beperkingen voor sommige stoffen in de bijlagen II tot en met VI:

  • Bijlage I: Veiligheidsrapport voor cosmetische producten
  • Bijlage II: lijst van verboden stoffen
  • Bijlage III: Lijst van stoffen die mogelijk onder beperkingen zijn opgenomen
  • Bijlage IV: lijst met toegestane kleuren
  • Bijlage V: Lijst van toegelaten conserveermiddelen
  • Bijlage VI: Lijst met goedgekeurde UV-filters
  • Bijlage VII: Symbolen die moeten worden gebruikt op verpakkingen / containers
  • Bijlage VIII: Lijst van gevalideerde alternatieve methoden voor dierproeven (voorheen zonder toegang)

In overweging 64 van de verordening wordt met name bepaald dat “de Commissie moet worden gemachtigd om de bijlagen bij deze verordening aan te passen aan de technische vooruitgang”.

Afbakening van de Europese richtlijn 76/768 / EEG

Nieuw in de verordening tegen Richtlijn 76/768 / EWG boven Kosmetikmittel is onder meer de verplichting van de fabrikanten, cosmetische producten via het Cosmetic Products Notification-portaal (CPNP) van de EU om te rapporteren. Het recept en het productlabel (label) moeten onder andere worden gedeponeerd; eerdere nationale rapportageverplichtingen zijn niet langer van toepassing.

Dierproeven

De verordening beperkt dierproeven in overeenstemming met Richtlijn 86/609 / EEG van de Raad van 24 november 1986 inzake de onderlinge aanpassing van de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen van de lidstaten inzake de bescherming van dieren die voor experimentele en andere wetenschappelijke doeleinden worden gebruikt . Overeenkomstig artikel 7 van deze richtlijn mogen er bijvoorbeeld geen dierproeven worden uitgevoerd als er wetenschappelijk toereikende alternatieven voorhanden zijn. Dit komt tot uiting in het voorgestelde verbod op dierproeven in de verordening.