Het bijvoeglijk naamwoord flamboyant ‘uitzonderlijke, buitengewone, verspreid’ is ontleend aan de Fransen in de 18e eeuw en dateert uit het Midden-Latijnse extravagans terug ( Latijn Extra ‘buiten’ en Vagari ‘dwalen, zijn grillig’. Zie ook Tramp [2] ) en was synoniem met ‘extravagant’. [3] In het meervoud, waren net zo extravagant buiten de reeds gecodificeerde kerkrecht duidt bestaande pauselijke decreten. [2] Het werkwoord extravagant stond ook voor ‘het wegwerken ervan; doe gek, gedraag je dom ‘. [4]

Individuele proeven

  1. Spring omhoog↑ extravagant op duden.de, teruggevonden op 24 juli 2011
  2. ↑ springen om:a b Wolfgang Pfeifer: etymologisch woordenboek van de Duitse , DTV, 1995, ISBN 3-05-000626-9 , blz 313, online
  3. Jump up↑ Friedrich Schmitthenner : Kort Duits woordenboek voor etymologie: synonymie en spelling. Friedrich Metz, Darmstadt 1834, blz. 77.
  4. Jump up↑ Extravagance , Meyer’s Big Conversation Lexicon, Volume 6 Leipzig 1906, pagina 231, online op zeno.org